
Don King gaat samenwerken met zijn legale vijand.
Een advokaat welke diverse malen in de rechtzaal met Don King in de clinch ging — en hem daarbij suksesvol een aantal millioenen dollars wist afhandig te maken — gaat nu samenwerken met de boxing promoter.
De lawyer, Judd Burstein, definieerde Don King ooit als een kanker gezwel
in de sport, maar hij prijst hem nu als "extreem honorable."
Wat King betreft, die is ook finaal omgeslagen. Hij noemde Burstein ooit een "insidious insect" maar beschrijft hem nu als tenacious, hardworking en energetic.
"Ik respecteer zijn talent," vertelde King. "Hij zit nu ook in ons kamp."
Burstein boekte diverse suksessen tegenover Don King in een zevental rechtzaken welke werden uitvochten tussen 1997 en 2004, inclusief een $7.5 millioen tellende settlement door King in het voordeel van de bokser Terry Norris.
De 52-jarige Burstein vertelde de reporters na afloop van die rechtzaak: "Don King is als een kanker voor de sport en de settlement vertegenwoordigt een dosis chemotherapy."
King klaagde de lawyer ooit aan voor defamation in Engeland nadat Burstein claimde dat King anti-Semitic was. Die zaak werd uiteindelijk onderling geregeld.
"Hij en ik hadden altijd een soort van love-hate relationship," vertelde Burstein. "Hij had altijd een hoop respect voor mij omdat ik diverse zaken tegenover hem wist te winnen."
Burstein vertelde dat zijn verandering tegenover Don King tot stand waren gekomen nadat hij de IBF boxing champion Chris Byrd vertegenwoordigde in een lawsuit tegen King in 2004.
Byrd beweerde toen dat King hem een contract had laten ondertekenen welke hem zo'n $2.5 millioen garandeerde voor iedere title defense en dat King daarin in gebreke was gebleven.
Burstein vertelde dat Byrd hem een kale fee van $250,000 en 25% over elk bedrag boven de $1 millioen had gegarandeerd.
Binnen een dag, vertelde Burstein, ging King accoord met het betalen van die $2.5 millioen, maar Byrd weigerde daarop om aan Burstein zijn rechtmatige fee te betalen omdat hij vond dat die veel te snel verdiend waren.
Afgelopen maand klaagde Burstein zijn oude opdrachtgever Chris Byrd ook aan op indicatie van Don King, waarin hij claimde dat de 35-jarige bokser zo'n $4 millioen schuldig is aan King wegens het verstoren - door de weigering van deelname aan een tournament - van diens plan om de vier major heavyweight titles in dat betreffende tournament samen te gaan voegen.
Byrd's nieuwe lawyer, Patrick English, schreef een brief naar een federal judge in Newark, N.J., waarin hij beweerde dat King's company, Don King Productions Inc., zogenaamde "strong-arm" taktieken had gebruikt tegenover zijn klant - met de deelname en instemming van Burstein.
Hij vertelde ook dat Burstein beloofd had - nog voordat hij ging samenwerken met Don King - om nooit direct aan een litigation waarin Byrd betrokken was te gaan werken, maar dat hij inplaats daarvan nu opzettelijk bezig was met de sabotage van Byrd's case.
"Om het pontifikaal uit te drukken, Chris Byrd kreeg een zak over zijn hoofd getrokken door de Burstein firm," zo schreef hij.
Burstein reageerde hierop met de bewering dat zijn werk binnen de grenzen van de legale wetten was gebleven.
"Ik denk niet, legaal gezien, dat ik nu gedisqualifiseerd ga worden," zo vertelde hij.
Ronald Minkoff, ook een lawyer, is de president van de Association of Professional Responsibility Lawyers, een nationwijde organisatie van ongeveer zo'n 300 lawyers welke allemaal gespecializeerd zijn.
Hij vertelde dat het algemeen bekend stond dat een advokaat niet een voormalige client kan aanklagen op de zelfde of de substantieel zelfde zaak.
"Is het een gewoonte dat advokaten zich omdraaien en hun voormalige klanten gaan aanklagen? Nou, neen, ik denk het niet. Daarom hebben we ook deze regel ingevoerd. De meeste advokaten kennen deze regel en gehoorzamen deze ook," zo verklaarde Minkoff.
Bruce Green, een professor gespecializeerd in legal ethics aan de Fordham Law School, vertelde dat het geen gewoonte was van advokaten om hun voormalige klanten aan te klagen, maar dat het zo vaak genoeg plaatsvond dat sommige states bepaalde ere-regels in het leven hebben geroepen om de adversaries afdoende te kunnen beschermen in zulke situaties.
Burstein vertelde dat Don King's cases afgelopen jaar zo'n 10% van de business van zijn firma vertegenwoordigden. Hij voegde daaraan toe dat hij een groot aantal boxing-related business had moeten afstoten omdat hij daarin een positie tegenover Don King zou moeten innemen.
"Hij heeft me inderdaad uit de mix gehaald," zo verklaarde hij. "Nu hij mij heeft zijn er waarschijnlijk minder mensen geneigd om een rechtzaak tegenover hem te beginnen."
Burstein was philosophies over wat hij geleerd had betreffende de boxing profession.
"Dit is een manier van zaken doen waarin niemand een award krijgt uitgereikt voor goed gedrag," zo vertelde hij. "Het is ook een wereld waarin loyalty bijna als een scheldwoord gezien wordt."
Hij voegde daaraan toe: "Het is een sport waar ik van hou, maar het is net een cesspool."
Michael Carbajal en Humberto Gonzalez leiden de 2006 class voor de boxing hall of fame.
De voormalige U.S. Olympian Michael Carbajal en zijn Mexicaanse rivaal Humberto "Chiquita" Gonzalez vochten driemaal met elkaar voor een junior flyweight championship.
Dus dan is het ook wel logisch dat ze nu saampjes worden toegelaten in de International Boxing Hall of Fame, naast nog zo'n 10 andere beroemde vechters en ring personalities.
De Lightweight champion Edwin Rosario uit Puerto Rico en de boxing historian Hank Kaplan zijn andere leden van de 2006 induction class.
Dit jaar werd de induction ceremony gehouden op 11 Juni en de inductees werden gekozen door de members van de Boxing Writers Association en een panel van international boxing historians.
Boksers moeten al zijn vijf jaren met pensioen zijn voor ze in aanmerking komen voor een overweging.
Hall of Fame executive director Ed Brophy vertelde dat het puur toeval was dat Carbajal en Gonzalez in hetzelfde jaar voor enshrinement in aanmerking kwamen.
"We hebben dit niet opzettelijk geplanned. Maar het is wel perfect dat het zo uitkomt. Beiden horen ze hier thuis en het is dus geweldig dat we ze nu samen gaan opnemen," aldus Brophy.
"We hadden samen een aantal geweldige partijen," zo vertelde Carbajal, welke nu een gym opereerd in Phoenix. "Het lijkt erop dat we beide op hetzelfde moment aan deze stap toekwamen. En dat is mooi, want we hebben samen al een geweldige history gemaakt."
Carbajal voegde de IBF en WBC titels samen op 13 Maart, 1993, via het verslaan van Gonzalez, welke berucht was vanwege de exceptionele power in zijn beide handen en daarom bekend stond als een van boxing's zwaarste punchers.
In wat vele de 1993's fight of the year noemen, klom de hard-hitting "Little Hands of Stone" Carbajal omhoog vanaf een tweetal knockdowns om Gonzalez toch nog te stoppen met een seventh-round knockout.
"Gedurende het grootste gedeelte van dat gevecht bleef hij vooruit komen, alsmaar vooruit. Ik raakte hem met vele goede punches, maar die slikte hij allemaal weg. Toen liep hij op een rechtse hoek, linkse hoek en was de partij voorbij," verhaalde Carbajal, welke in dat gevecht de eerste junior flyweight werd die een $1 millioen purse wist te verdienen.
Carbajal's stijl en zijn partijen met Gonzalez waren de aanleiding tot een hernieuwde interesse in de 108-pond klasse. Carbajal eindigde eveneens als een silver medalist in de 1988 Seoul Olympics.
"Hij was op diverse verschillende manieren een pioneer," vertelde de legendarische trainer Emanuel Steward, al opgenomen in de Hall of Fame in 1996.
"Zijn punching power was phenomenaal voor zijn lengte. Hij was daarom ook grotendeels verantwoordelijk voor de reviving van de smallere weight divisions door het Americaanse publiek en de televisie."
Gonzalez reclaimde de titel met een 12-round split decision in een Februari 1994 rematch, waarmee hij eveneens het eerste professionele verlies toebracht aan Carbajal.
Gonzalez won tevens een volgende 12-round split decision in de follow-up rubber match in November 1994.
Hij verloor daarna het championship in een stunning upset op 15 Juli, 1995, toen hij in de zevende ronde knockout werd geslagen door de Thaise Saman Sorjaturong, waarop hij onmiddelijk met pensioen ging en de bokssport verliet met een carriere record van 43-3 met 31 knockouts.
Carbajal won in 1994 de WBO junior flyweight title, nog voor zijn rubber match met Gonzalez en hij ging daarna door om nog een tweetal andere championships te veroveren — de IBF kroon in 1996-1997 en de WBO belt in 1999.
Nadat hij Jorge Arce versloeg voor de WBO championship in 1999, hield Carbajal het voor gezien en ging hij met pensioen, waarmee hij zijn carriere afsloot met een record van 49-4 met 33 knockouts.
"Ik wil niet liegen. Ik mis het boksen. Maar ik ging wel met pensioen als een world champion," zo vertelde Carbajal, nu 37 jaren oud.
Puerto Rico's Edwin Rosario stapte de Hall of Fame in met een carriere record van 47-6 met 41 knockouts.
Hij begon professioneel te boksen op een leeftijd van 16 jaar en werd tot een world lightweight champion gekroond op zijn 20e, via het verslaan van Jose Luis Ramirez voor de vacante WBC crown in 1983.
In 1986, nadat hij verloren had via een aanvechtbare split decision van Hector "Macho" Camacho, won Rosario de WBA lightweight belt met een second-round knockout van Livingstone Bramble.
Hij moest die riem weer inleveren in 1987 aan Julio Cesar Chavez en slechts twee jaren later werd hij de tweede bokser in de history welke eeen lightweight title driemaal wist te veroveren — de Hall-of-Famer Jimmy Carter is de andere — via het verslaan van Anthony Jones in een partij voor de vacante WBA championship.
In 1991, voegde hij daar de WBA light welterweight championship aan toe.
Rosario stopte met boksen in 1993 nadat hij een zwaar gevecht had moeten afleveren met een cocaine en alcohol verslaving.
Hij probeerde nog een comeback in 1997, maar kwam daarna, op een leeftijd van 34, al snel te overlijden in December vanwege vocht in zijn longen.
Hank Kaplan wordt opgenomen in de Hall of Fame in de Observers Category vanwege zijn verrichtingen als een boxing historian en publisher.
Hij wordt erkend als een van boxing's meest vooraanstaande historian en hij is in het bezit van de grootste prive collectie aan boxing archives in de wereld. Hij was eveneens de oprichter en editor van het Boxing Digest magazine.
Gekozen in de Old-Timers Category — vechters wiens laatste partij plaatsvond voor 1942 — werden welterweight en middleweight champion Lou Broulliard, light heavyweight champion Jimmy Slattery en middleweight champion Teddy Yarosz.
Geselecteerd als een Pioneer werd de 19th-century Engelse lightweight champion Jem Carney.
Samen met Kaplan werd ook de publisher Stanley Weston als een Observer opgenomen.
Non-participants welke werden ingelijft zijn de Engelse promoter/manager
Jarvis Astaire, trainer Whitey Bimstein en de Italiaanse promoter Rodolfo
Sabbatini.
Warning:Copyright © 2001 - 2005. All theft and artwork on this site are protected under international copywright law.
